3Paulus Von NASSAU, + 1514   Lady Diana's 13e and HM Beatrix's 12e Great Grandfather,

3Albrecht I Van BEIEREN (Bavaria) anno 1336-1404 Hertog van  Bavaria-Straubing, Graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. Via Catharina, jongste dochter van Jan III Van  BEIEREN, Heer van Schaghen &

aAnna Van ASSENDELFT, dochter van Dirk & Adriane Von NASSAU (mijn 11e voor-grootouders),

2Gerard IV Van WASSENBERG anno 1060-1129, Graaf van Gelre & van Wassenberg. Hij ging zich vervolgens na erkenning Gerard I VON GELDERN noemen. Bijnaam De Lange. Via voormoeder Maria Theresia Haerten van Geldern.

4Costijn II Van RENESSE & Hillegonda Van VOORNE anno 1302 Burchtgraaf en Gravin van Zeeland. Via Ida van Renesse onze oudstbekende voormoeder Enzovoortboekaldus Dr. A. W. E. Dek, officieel genealogie schrijver Koninklijk huis Nederland

boek Baron J.S.F.J.L. de Herckenrode, en  M. de Vegiano, Signeur d'Hovel, schrijvers genealogie Nederlandse Adel in Bourgondië; En vele andere web-links naar diverse boekwerken.

HERALDIEK

Nagenoeg, iedereen heeft een wapen en mag het ook voeren. Het opzoeken daarvan bij Rietstap (zie documentatie ) is eenvoudig. Alleen ,,,, een adellijk wapen, d.w.z. met kroon is alleen toegestaan aan diegenen, die (met hun wapen) bij de Hoge Raad van adel geregistreerd staan. Kronen zijn in 1817 bij de wet vastgesteld. 5 punten voor de Jonkheer, 7 voor een Baron, 9 voor een Graaf enz.).
7

Het familiegraf bestaat het jaar 2017, 165 jaar en ziet er dankzij  verschillende renovaties nog steeds perfect geconserveerd uit

Een verslag  met foto's van voor de 2e wereld oorlog, tussentijdse jaren 70, en de laatste renovatie & oplevering.
7

ee 


Schets van een vooruitziend daadkrachtig politicus.

Jonkheer Josephus Fransiscus de Kuijper (1787-1843);
Hij drukte zijn stempel en werd opnieuw in de Adelstand verheven voor hem en zijn nakomelinge
n.

Contact us


3

De Cupere tot De Kuijper een genealogie van Ridders & Jonkers

CURIOSA & NOSTOLGIE






Mr. Eduard-Joseph-Corneille-Marie Jonkheer De Kuijper,

d

word geboren als 4e kind (na 3 zusters) van Jonkheer Josephus Fransiscus De Kuijper en zijn vrouw Maria Theresia Philipinia Dubbelens te Veghel, 15 januari 1817. Hij groeide op in een onbezorgde en rijke jeugd en kreeg vele (10) broers en zusters. Vader Josephus, eiste van zijn zoons een opleiding in de Rechten. Alle werden dan ook notaris, behalve Eduard, hij vestigde zich na zijn opleiding te ’s-Hertogenbosch als advocaat van 1842 tot 1857. Daarnaast was hij lid Provinciale Staten van Noord-Brabant voor de ridderschap, van 1845 tot september 1850. Ook was hij tot zijn burgemeesterschap rechter-plaatsvervanger Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch, van 19 februari 1846 tot februari 1857

Opleiding: Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 22 april 1837 tot 18 januari 1841

Als Eduard De Kuijper in 1857 aantreed als Burgemeester van Den Bosch, is er juist besloten de Sint Jan te gaan renoveren. Ondanks dat het boekje de ”Bosche Burgemeesters” het als exceptioneel beschrijven dat hij als een niet Bosschenaar, voor het eerst de functie bekleed, heb ik andere informatie. Het is zeer waarschijnlijk niet toevallig dat Eduard tot burgemeester van Den Bosch werd benoemd. Vanuit zijn genealogie kun je lezen dat zijn verre voorvaderen eigenaar waren van het stadhuis Bois le Duc. ’s-Hertogenbosch. Ook vele voorvaders gingen hem voor in deze functie. Ze woonden in het gebouw of waren er pastoor/pater. Als eerste eigenaresse wordt zijn verre voormoeder Margaretha van Gerwen, genoemd. Verder was de broer van zijn zwager Pierre-Joseph Vermeulen, zijn voorganger. Wat dat betreft heeft het boekje volkomen gelijk, de families van het Bossche complex waren behoorlijk verweven zoals ook uit zijn genealogie blijkt.

Eduards’s oma Elisabeth Maria Theresia van Hooff, geboren 2 februari 1750 te Eindhoven en gestorven 1823 te Veghel. Zij was de dochter van Martinus van Hooff en Anna Elisabeth Bols d’Arendonck. Haar broer Johannes Franciscus Rudolf van Hooff, geboren 26 augustus 1755 te Eindhoven, was lid en president van de uitvoerende macht van de Bataafse Republiek 1799 en vervolgens minister van Justitie

Landgoed Zwanenburgz

Jonkheer Josephus de Kuijper, burgemeester van Veghel en bet-bet-overgrootvader van de huidige eigenaar, kocht het landgoed in 1835 op een openbare veiling. Daarna is het landgoed eigendom van zijn zoon Eduard en diens broer Victor, ook burgemeester van Veghel. In 1916 trouwt eigenaresse van Zwanenburg jonkvrouwe Cecile de Kuijper, dochter van Victor, met Frans van Bouwdijk Bastiaanse rAldus Brabants dagblad

De geschiedenis van Zwanenburg gaat terug tot 1300, toen er sprake was van een 'goet aant Bueghe', oftewel een landgoed aan de rivierbocht de Aa in het huidige buurtschap Beugt. Het eerste gebouw, De 'Steenen Kaemer' met trapgevel, werd neergezet rond 1500. In de loop der eeuwen werd het slotje verbouwd en uitgebouwd. Adellijke families en vooraanstaande (burgemeesters-) geslachten bewoonden het huis, permanent of als buitenverblijf tijdens weekenden en vakanties. Het was Gijsbrecht van der Schout die in de zeventiende eeuw de naam 'Swaenenbergen' aan het huis gaf. De jonkheer kwam op die naam omdat hij het belangrijke statusrecht van zwanendrift (het mogen houden van zwanen) had verworven. "De kasteelheer van Heeswijk was er jaloers op" , weet Van Bouwdijk Bastiaanse te vertellen.

Eduard huwde 19 april 1842, Veronique -Cornélie Hubertine Smits-van Eckart,ee dochter van Jean-Jacques, Heer van Eckart, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, lid van de ridderstand en de provinciale staten van Noord-Brabant en Marie-Therese Mercx.Haar mooie zus, Mary Helen Smits-van Eckart, is getrouwd 21 juni 1849 in Woensel, met Ferdinand-Joseph Gerard Baron Van Ryckevorsel Van Kessel,r adviseur van het Provinciaal Hof en lid van de Ridderorde van Brabant, zoon van Johannes Theodorus en Frances Everard-Half-Wassenaer Van Onsenoord. Ook zijn eigen zuster Constance Theresa Angelique Victorine De Kuijper-, geboren op 28 december 1818,was weer getrouwd, 15 februari 1848, met François-Jean-Joseph Van Ryckevorsel-van Kessel, zoon van Augustus Theodore Baron Van Kessel Ryckevorsel, terwijl zijn broer Ferdinand Leopold Joseph de Kuijper, geboren 25 maart 1826, trouwde 17 september 1855, met Mary Everard Hubertine Josephine Van Ryckevorsel, dochter van Bernard Jacques. Deze familie Van Ryckevorsel-van Kessel was dus niet alleen maatschappelijk behoorlijk verbonden met De Kuijper .

eKasteel Eckart

Eduard en Veronique kregen vier kinderen:

1e Joseph-Jacques, Jean-Marie Edouard de Kuijper, geboren 7 februari 1843, overleden 24 januari 1854.

2e Jean-Louis-Edouard-Marie de Kuijper, geboren op 13 september 1845.

3e Edward Joseph Cornelius Maria de Kuijper, geboren 03 november 1847.

4e Elizabeth Theodora Maria Teresa de Kuijper, geboren 21 februari 1850

d

Eduard vond in ieder geval dat het wapen van zijn voorouders het groene schild met hermelijn Andreaskruis weer herkenbaar terug moest komen in het familiewapen. Mede hierdoor heeft hij een nieuw jonkheer diploma aangevraagd en gekregen bij koning Willem III

1860---'s-Hertogenbosch is nog steeds omkneld door vestingmuren. Door het ruimtegebrek kan het voorkomen dat de tuin van de Sociëteit Casino grenst aan de stadsvuilnisbelt. In 1860 wordt deze belt naar een terrein buiten de Vughterpoort overgebracht. Het gehele terrein wordt Casinotuin.

1862----De 'Fraters van Tilburg' vestigen zich in 's-Hertogenbosch, waar zij zich met het geven van onderwijs bezig gaan houden.

Het gaat niet goed met de renovatie van het noorderportaal van de Sint-Jan. Te laat is gebleken dat er een verkeerde steensoort is gebruikt: de Udelfanger zandsteen. Deze zandsteen bevat te veel leem. Ook worden er ijzeren doken als verbindingsstuk gebruikt, welke na verloop van tijd gaan roesten. Inmiddels is architect Veneman overleden (op 28 jan. 1863 aan een hartaanval) en hij is opgevolgd door zijn assistent L.C. Hezemans.

1864----Omdat Eduard van zijn vader had geleerd, die zijn kennis weer had vanuit Rotterdams Cargadoor bedrijf, en met de aanleg van de Willemsvaart en de haven van Veghel, “wie de infrastructuur heeft, heeft de toekomst”, ijvert hij voor wegen en spoorwegen.

Het ministerie Van Hal komt dan ook al vrij snel met een ambitieus spoorwegenplan. Onder andere omvat dit de volgende trajecten: - Rotterdam -Breda - Tilburg - Eindhoven; Amsterdam - Utrecht -'s-Hertogenbosch. Beide lijnen komen in Boxtel bij elkaar. Hij laat ’s-Hertogenbosch voorzien van een schitterend treinstation wat de stad de verwachte economische voordelen goed doet. Het bouwen van een groot treinstation en de daarmee gepaard gaande kosten, worden hem door de oppositie niet in dank afgenomen, en soms wankelt zijn positie als burgemeester.

De stille omgang van ’s-Hertogenbosch. Heel belangrijk voor de bevolking, Eduard krijgt hiermee veel respect.

1866---Als er een cholera-epidemie in de stad uitbreekt, word Eduard omschreven als kil bestuurder. De stille Omgang, een katholieke processie en Maria verering, werd al vele jaren niet meer openlijk gelopen. Verboden door de protestanten. Wel maakten vrouwen heimelijk en onopvallend een dergelijke stille omgang'. Tijdens de cholera-epidemie besluit men de route uit angst voor de ziekte weer openlijker te gaan lopen. De katholieke burgemeester De Kuijper, zag hierin de mogelijkheid om zijn positie naar het volk te verbeteren en gedoogde de processie. Hiermee is heden ten dage dit (nu toeristische) evenement weer in ere hersteld.

De Sint-Jan zal geheel gotisch gerestaureerd worden. In de praktijk betekent dit een stijl die we neo-gotiek noemen. Alles in en aan de kerk moet in gotische stijl gebouwd zijn. In deze gedachtenwereld past het niet om een (op zichzelf bijzonder fraai en mooi) oxaal te hebben. Er wordt besloten dat het oxaal uit het begin van de zeventiende eeuw aan een belangstellende verkocht gaat worden. Architect Hubertus Bolsius koopt het voor 2.700 gulden en in november 1866 begint de afbraak. Deze beslissing lag bij de Bisschop, nochtans werd B&W er achteraf op aangekeken en als smet op Eduards blazoen nagegeven.

Momenteel vormt het Bosche oxaal een van de topstukken van de collectie van het Victoria and Albert Museum in Engeland.

1867---Op initiatief van de journalist H. Banning en de onderwijzer J.W. Thompson verschijnt bij drukkerij H. Bogaerts in Den Bosch 'De Katholieke Illustratie'. Na een jaar heeft dit tijdschrift al een oplage van 42.000. Burgemeester De Kuijper, was katholiek en heeft zeker een lobby gehouden voor dit initiatief. Ondanks het gelijkheids beginsel van Napoleon, tussen protestanten en katholieken, hadden de laatste nog steeds een behoorlijke achterstand. Het mocht ook wel een klein wonder heten dat Eduard als katholiek tot burgemeester in de hoofdstad van Brabant was benoemd.

De eerste trein rijdt binnen.

's-Hertogenbosch is voor het eerst per spoor bereikbaar! Op 1 november komt er vanuit Boxtel een trein naar het Bosche station. Twee jaar later (in sept. 1870) wordt de lijn doorgetrokken naar Utrecht. Het oversteken van de vele rivieren levert dit tijdverlies op. In juni 1881 wordt de lijn Tilburg - 's-Hertogenbosch - Nijmegen in gebruik genomen. 's-Hertogenbosch is een spoorwegmiddelpunt geworden. Hiermee is zijn vooruitziende blik en de daarmee gepaard gaande investeringen bewaarheid geworden.

1871---In de tweede helft van de negentiende eeuw is de tabaksnijverheid zeer toegenomen. In ongeveer twaalf fabrieken zijn ruim tweehonderd arbeiders bezig met de productie van sigaren.

In 1871 werkt de sigarenfabriek 'De Roode Sluier' van de firma C. Houtman met 49 arbeiders en wordt een jaarproductie bereikt van 3.500.000 sigaren. Ook Eduards neven begeven zich in de lucratieve sigarenhandel en beginnen te Oisterwijk het fabriekje DK. Zij produceren sigaren voor de upper-class.

1873---Victor de Stuers ontdekt in Londen het voormalige oxaal uit De Sint-Jan. Hij is hevig verontwaardigd en schrijft het artikel met de beroemde titel 'Holland op zijn smalst' waarin hij aandacht vraagt voor verdwijnend cultuurbezit. Hiermee heeft Eduard De Kuijper met de verkoop van het Oxaal ook deze “Geuzen” titel verworven.

Een van de gevolgen van zijn artikel is dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg wordt opgericht.

1874----Op 20 januari besluit de gemeenteraad op voordracht van Eduard, het zgn. tonnenstelsel in te voeren, waarbij de fecaliën in goed gesloten tonnen buiten de stadswallen getransporteerd zouden worden. Daar wordt ze gebruikt voor de compost bereiding. De openbare reinigingsdienst is in particuliere handen. Jaarlijks wordt het door het gemeentebestuur verpacht dit was toen buiten een winstgevende zaak, een schoolvoorbeeld van privatisering. De zandgronden in de Meierij hebben behoefte aan compost, en de stad was zijn rioolafval kwijt.

De vestingmuren zijn voor Eduard zijn hele ambtstermijn een rode draad. Ook de overstromingen blijven de stad kwellen tot er in 1871 opnieuw een zeer grote overstroming uitbreekt. Hierna pakken B&W de zaken grondig aan met een door mr. F.J.G. baron van Rijckevorsel van Kessel (zijn zwager) uitgewerkt waterplan. Als een der laatste feiten die Eduard als burgemeester voor staat. In 1874 zal de Tweede Kamer de zgn, Vestingwet aannemen; 's-Hertogenbosch mag zich buiten de stadswallen uitbreiden omdat de stad geen vesting meer is. De stad mag daarmee explosief groeien.

Eduard heeft zich tijdens zijn burgemeesterschap laten gelden als minzaam man die bruggen kon slaan tussen verschillende partijen. Ook Koning Willem III, was dat niet ontgaan. De koning zag in Eduard de ideale man om de onrust in het Hertogdom Limburg na de Nederlands Belgische oorlog te sussen. Het kruitvat Belgen, Pruisen, met daaraan gekoppelt het mini vrijstaatje "Morsenet" was voor de koning een doorn in het oog. Na 17 jaar succesvol het hoogste ambt in Den Bosch bekleed, ging hij zijn glansrijke carrière voortzetten in Limburg. Zijn residentie werd Maastricht als,

De gouverneur van het Hertogdom Limburg.

In onderzoeke



Huis te Aerdt  Herwen

5

Er was ook nog een heus familie kasteel in bezit. Jhr. Mr. Gijsbert schonk het kasteel in 1961 'bevrijdingsdag' namens de familie De Kuijper aan "Stichting Gelders landschap en kastelen". Niet omdat hij zo'n gulle bui had, maar omdat het kasteel in de oorlog door de bezetter ernstig is beschadigd. Het dak was als uitkijkpost opengebroken, waardoor natuurlijk regenwater en weersinvloeden de rest van het verval deden. Het huis is in die tijd leeg geplunderd. Alles van waarde was meegenomen of kapot gemaakt. Omdat het direct naast de Duitse grens ligt, zal Duitse buren nijd in oorlogstijd daar ook wel een steentje aan hebben bijgedragen.  Kort gesproken, de kosten van herstel overstegen de waarde van het bezit en het vermogen van een particulier.  Er bleven 2 opties over. Afbreken zou een stuk historie vernietigen, dus bleek schenken met renovatie besluit  de beste oplossing. Een initiatief groep en de gemeente  Herwen, zetten zich hiervoor in. In dit verband is er ook nog een historie, een groen boekje (in mijn bezit) over het huis geschreven

 boek    www

Er zijn destijds geen privéleges bedongen bij de overdracht van huis Aerdt. Wel heeft de belendende boer het recht van overpad (erfdienstbaarheid) voor het huis langs. De akte is destijds in 1961 op bevrijdingsdag verleden door notaris A. Prakken te Arnhem (thans Dirkzwager Notarissen) voor een symbolisch bedrag.
 In 1968 is het bouwhuis aan de Stichting gegeven en de akte is verleden door notaris H.M. Sasse (thans Dirkzwager notarissen)

6







7

Dit verhaal handelt over een 13e eeuw ridder "Arnould de Cupere" die via de Zeeuwse politiek in contact komt met Graaf Floris V van Holland. Hij treedt bij de Graaf in dienst als aanvoerder van zijn persoonlijke lijfwacht . Vanuit deze positie beziet hij de handelwijze van Graaf Floris V, voor wat betreft zijn politieke en economische motieven. Na de dood van Floris V, viel Arnould samen met zijn zwagers Jan en Costijn van Renesse via intriges van Zeeuwse edelen in ongenade bij Graaf Jan I.

Een gratis download van het Ebook  in  PDF